"Ik had waarschijnlijk het meeste te verliezen" - Dennis Priestley blikt terug op roerige dartsscheuring en rivaliteit met Phil Taylor

PDC
dinsdag, 18 augustus 2026 om 11:30
phil taylor dennis priestley
Dennis Priestley behoort tot de spelers die aan de basis stonden van het professionele darts zoals we dat tegenwoordig kennen. De inmiddels 76-jarige Engelsman werd wereldkampioen bij zowel de BDO als de latere PDC en maakte van dichtbij mee hoe de grote scheuring binnen de dartswereld begin jaren negentig tot stand kwam. In de podcast Tops & Tales van scheidsrechter Huw Ware blikt 'The Menace' uitgebreid terug op die turbulente periode, maar ook op zijn jarenlange rivaliteit met Phil Taylor.
De weg naar de wereldtop verliep voor Priestley aanvankelijk geleidelijk. Nadat hij jarenlang in pubs had gespeeld, kwam hij in 1983 uit voor Yorkshire. Pas ongeveer vijf jaar later achtte hij zichzelf goed genoeg om Engeland te vertegenwoordigen.
"Het heeft waarschijnlijk zo'n zeven of acht jaar geduurd", vertelt Priestley. "Ik werd volgens mij in 1983 geselecteerd voor Yorkshire. Daarna duurde het waarschijnlijk nog vijf jaar voordat ik geleidelijk het niveau bereikte om voor Engeland te spelen."
Juist op het moment dat Priestley de absolute wereldtop had bereikt, barstte de strijd binnen het darts los. Dat kwam voor hem bijzonder ongelegen. "Dat was één van de dingen rond de scheuring. Ik zou in 1993 het hele jaar aanvoerder van Engeland worden, maar die eer heb ik nooit gekregen."

"Ik had waarschijnlijk het meeste te verliezen"

Priestley was op dat moment niet zomaar een speler uit de wereldtop. Hij was de nummer één van de wereld en had in 1991 de Embassy op zijn naam geschreven. Twee jaar later had hij captain van Engeland moeten worden.
"Ik zou daar nog altijd teleurgesteld over kunnen zijn", erkent hij. "Ik had waarschijnlijk het meeste te verliezen van alle zestien spelers die zich afscheidden. Ik was op dat moment de nummer één van de wereld en was gekozen als aanvoerder van Engeland. Uiteindelijk kreeg ik nooit de kans om dat te doen."
De situatie liep vervolgens hoog op. De spelers die zich afscheidden werden volgens Priestley onder zware druk gezet.
"Het was een heel moeilijke en spannende periode. Er werd gesproken over rechtszaken, dat we aangeklaagd zouden worden en onze huizen zouden verliezen. Volgens mij was dat uiteindelijk ook wat Mike Gregory ertoe bracht om terug te keren. De druk dat hij zijn bungalow zou kunnen verliezen en waarschijnlijk het feit dat zijn vrouw er niet volledig achter stond."
Priestley twijfelde zelf niet aan zijn besluit. Zijn vrouw Jenny steunde hem volledig.
"Ik heb altijd de volledige steun van mijn vrouw gehad. En als een Yorkshireman zegt dat hij iets gaat doen, dan doet hij dat ook. Toen we eenmaal waren vertrokken, was er voor mij geen enkele kans dat ik nog terug zou keren."
DennisPriestley
Dennis Priestley was één van de spelers die betrokken was bij de scheiding tussen de BDO en de PDC

Sponsorkwestie zorgt voor extra irritatie

Een concreet voorbeeld van de spanningen ontstond rond de mogelijkheid om sponsors op het wedstrijdshirt te tonen. Volgens Priestley waren daar vooraf afspraken over gemaakt, maar werden die vlak voor het WK van 1993 teruggedraaid.
"De managers en sponsors hadden met de BDO afgesproken dat we één sponsorbadge mochten dragen. Toen we in januari 1993 bij het toernooi kwamen, kwamen ze terug op die afspraak. Jocky moest volgens mij zelfs een deel van zijn shirt afknippen om de sponsor te verwijderen. Bij anderen werd er zwarte tape overheen geplakt."
Voor spelers was sponsoring volgens Priestley juist essentieel. "Ik was zelf nog amateur toen ik in 1991 de Embassy won. Volgens mij stond ik 22ste van de wereld, maar ik werkte nog gewoon voor mijn geld. Iedere vorm van steun van een dartsfabrikant, brouwerij of gokbedrijf was welkom. Maar ze stonden zelfs die ene badge niet toe."
Daar kwam bij dat darts steeds verder van de televisie verdween. Priestley herinnert zich dat er in 1988 nog ongeveer twaalf televisietoernooien waren. Uiteindelijk bleven volgens hem vrijwel alleen de World Masters en het WK over.
"Je kon zien dat er een probleem was. De eerste mensen die dat merken, zijn natuurlijk de dartsfabrikanten. Als het niet op televisie komt, verkopen zij hun producten niet. Zij wisten dat er iets mis was."

WK van 1993 vol onrust

Sportief gezien had Priestley juist op zijn absolute top moeten zijn. Zijn prestaties in 1992 waren indrukwekkend en hij voelde zich op dat moment daadwerkelijk de beste darter ter wereld.
"1993 was eerlijk gezegd het WK van de chaos. Als ik ooit een tweede Embassy had moeten winnen, dan was het in 1993. In 1992 speelde ik zeventien toernooien en won ik er twaalf of dertien. Bij de andere toernooien haalde ik halve finales en finales. Richting januari 1993 verkeerde ik in de beste vorm van mijn leven."
Het liep anders. Priestley wist de Embassy niet opnieuw te winnen. Terugkijkend noemt hij 1992 wel het jaar waarin hij zichzelf daadwerkelijk als de rechtmatige nummer één van de wereld beschouwde.
"In 1992 vond ik dat ik de echte nummer één van de wereld was."
Uiteindelijk hakten zestien spelers de knoop door. Tijdens een bijeenkomst in het Lakeside Country Club werd afgesproken dat zij na het WK hun eigen weg zouden gaan.

"We moesten mensen van straat halen"

De nieuwe organisatie had vervolgens bepaald geen vliegende start. Het eerste wereldkampioenschap van de World Darts Council, de voorloper van de PDC, werd in 1994 gespeeld in de Circus Tavern. Priestley schetst hoe klein het professionele darts op dat moment nog was.
"We moesten in het begin mensen van straat halen om te komen kijken. De Circus Tavern bleek uiteindelijk een ideale locatie voor ons. Het was klein en compact, maar zelfs die zaal kregen we de eerste jaren niet vol."
Het deelnemersveld bestond uit 24 spelers en kende een groepsfase. De eerste wedstrijd van het nieuwe WK werd gespeeld door Priestley en Jocky Wilson.
"De eerste twee scores van het toernooi waren 140 en 180. De kwaliteit was er dus zeker. Ik moet er wel bij zeggen dat Jocky de 180 gooide en ik de 140."
Priestley groeide tijdens het toernooi. Hij begon naar eigen zeggen niet met veel vertrouwen, maar speelde uiteindelijk zijn beste darts in de finale. Daar wachtte Phil Taylor.

Historische zege op Taylor

Priestley had op dat moment nog geen enkele reden om bang te zijn voor Taylor. Sterker nog, in de eerste jaren van hun onderlinge rivaliteit had 'The Menace' juist het betere onderlinge resultaat.
"Tot ongeveer 1994 of 1995 was het prima, want toen won ik meestal", grapt Priestley over zijn wedstrijden tegen Taylor. "Vier of vijf jaar lang had ik een beter onderling resultaat tegen hem."
In de WK-finale van 1994 liep Priestley zelfs uit naar een 5-0 voorsprong. Uiteindelijk won hij met 6-1.
"Ik had op dat moment nog geen bagage van alle keren dat Phil me later zou verslaan. Er was dus geen angst. Ik was wel een beetje verbaasd dat ik bij de pauze met 5-0 voor stond."
Priestley probeerde het duel daarna vooral zo snel mogelijk af te maken. "Ik dacht bij mezelf: behandel deze set alsof je voor Yorkshire speelt of voor Engeland in een best-of-five. Gewoon die klus zo snel mogelijk klaren. Phil kwam nog terug en pakte een set, maar in de zevende set maakte ik het af op dubbel 8."
Daarmee werd Priestley de eerste wereldkampioen van de nieuwe organisatie. Eerder had hij in 1991 de BDO-wereldtitel veroverd door Eric Bristow te verslaan.
"Dubbel 16 tegen Eric en dubbel 8 tegen Phil", weet Priestley nog precies.

Taylor maakte van darts zijn beroep

De machtsverhouding tussen beide mannen veranderde daarna. Priestley zag van dichtbij hoe Taylor zijn sport steeds professioneler benaderde.
"Hij trainde meer dan ik. Ik werd wat ouder, hij werd volwassener en hij trainde veel meer dan wij allemaal. Hij behandelde het als een baan. Hij zei vaak: als ik in de pottenbakkerijen zou werken, zou ik diensten van acht uur draaien. Waarom zou ik dan niet hetzelfde doen met darts? Hij was een goede professional."
Op de vraag of Taylors enorme trainingsarbeid een doorslaggevende factor was, hoeft Priestley niet lang na te denken. "Absoluut. Hij stopte er uren en uren in."
Priestley bleef Taylor lange tijd uitdagen. In 1996 verloor hij een memorabele WK-finale met 6-4, een jaar later werd het 6-3. Vooral de finale van 1998 deed echter pijn. Taylor won toen met liefst 6-0.
"Daar walgde ik van", zegt Priestley. "Ik kon er niet precies de vinger op leggen waarom ik zoveel miste. Ik moet natuurlijk veel dubbels hebben gemist. Volgens mij won ik in de hele wedstrijd maar drie legs. Om van een topspeler die Phil tot het uiterste dreef ineens volledig weggevaagd te worden, was toch wel een schok."
Dennis Priestley in zijn kenmerkende rood-zwarte outfit
Dennis Priestley werd de eerste wereldkampioen ooit bij de PDC

Mentale bagage tegen 'The Power'

Naarmate Taylor steeds vaker won, veranderde ook de mentale verhouding.
"Als je telkens door dezelfde persoon wordt verslagen, ontstaat er natuurlijk twijfel in je hoofd. Als ik jonger was geweest, had ik daar waarschijnlijk beter mee om kunnen gaan. Phil is tien jaar jonger dan ik. Naarmate je ouder wordt, wordt je spel minder. Terwijl Phil steeds beter werd, ging ik langzaam achteruit."
Priestley bereikte in 2000 nog eenmaal de WK-finale. Achteraf denkt hij dat hij mogelijk eerder was gestopt als het prijzengeld destijds vergelijkbaar was geweest met de huidige bedragen.
"Na mijn overwinning op de Embassy zei ik tegen vrienden: als ik tien jaar uit deze sport kan halen, ben ik tevreden. Die tien jaar heb ik gekregen. Daarna begon mijn leeftijd mee te spelen en kwamen er verschillende problemen."

Bijzondere herinnering aan Winter Gardens

Ook de World Matchplay speelt een belangrijke rol in Priestleys carrière. In de allereerste finale in 1994 verloor hij van de Amerikaan Larry Butler. Priestley stond ruim voor, maar liet zich tijdens een pauze uit zijn concentratie halen.
"Ik kijk daar met grote afkeer van mijn eigen optreden op terug. Volgens mij stond ik 7-2 of 7-3 voor toen we de pauze ingingen. Larry vroeg me of ik met de MC kon praten om het publiek wat rustiger te krijgen."
Tot dat moment had Priestley naar eigen zeggen helemaal niets van de zaal meegekregen. "Als ik mijn beste darts speelde, hoorde ik niets. Ik zat volledig in de zone. Maar nadat Larry dat tegen me had gezegd, hoorde ik het publiek de rest van de wedstrijd. Hij had dat zaadje in mijn hoofd geplant en ik kreeg het er niet meer uit. Het was mijn eigen schuld. Die wedstrijd had ik nooit mogen verliezen."
Opmerkelijk genoeg was het niet Priestleys eerste optreden in de Winter Gardens. Hij speelde er al in 1985 tijdens de Dunlop Classic en won dat toernooi zelfs.
"Ik kan je de datum precies vertellen: 11 mei 1985."
Die dag bleef hem echter vooral om een andere reden bij. Na zijn overwinning reed Priestley naar huis en zat hij later met zijn vrouw en vrienden in de pub. Op het BBC-journaal zag hij vervolgens de beelden van de brand in het stadion van Bradford City.
"Ik dacht eerst dat ik geweldig was omdat ik de Dunlop Classic had gewonnen, en vervolgens zag je mensen sterven. Dat zette alles meteen weer in perspectief."

Oogproblemen en veranderende dartborden

Later in zijn loopbaan kreeg Priestley steeds meer problemen met zijn zicht. Hij onderging een laserbehandeling aan zijn ogen, die hem naar eigen zeggen extra tijd in zijn carrière opleverde. De behandeling mislukte niet, benadrukt hij, maar het effect nam uiteindelijk af.
"Mijn ogen raakten enorm vermoeid. Ik kreeg hoofdpijn doordat ik zo hard probeerde te focussen. Regelmatig vroeg ik aan de commentator: 'Zit die erin?' Dat werd uiteindelijk één van mijn bekende uitspraken."
Priestley ziet bovendien een duidelijk verschil met de dartborden waarop tegenwoordig wordt gespeeld. De segmenten zijn volgens hem niet groter geworden, maar door de veel dunnere bedrading is er meer van het scoringsvlak zichtbaar.
"De dartborden zijn veel beter geworden. De triples zijn niet groter, maar doordat de draden zo dun zijn, kun je meer van de triple zien. Dat draagt natuurlijk bij aan hogere gemiddeldes."
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Laatste Reacties

Loading